Wave

Mergor in Mosam   
Archeologie onder water

 

cool
 


 

Paalschoenen.

Voor het onderzoek naar de Romeinse brug in de Maas bij Cuijk waren er nog niet zoveel ijzeren paalschoenen bekend. Paalschoenen zijn van alle tijden. Vooral bij werk in het water en in grondlagen waar veel grind zit worden ze onder aan houten heipalen bevestigd om de punt tijdens het heien te beschermen. Ook de Romeinen gebruikten paalschoenen.  Zoals gezegd waren er voor het RMB project maar ongeveer 4 vindplaatsen in Nederland bekend waar een enkele Romeinse paalschoen gevonden was.

Toen wij in Cuijk alleen nog maar vermoedens hadden over een eventuele brug en moesten op boksen tegen  de meningen van allerlei wetenschappers en semi wetenschappers, die allemaal wisten waarom daar nu juist geen brug lag, zei wijlen professor Bogaers, ik geloof ook niet direct in een Romeinse Brug daar, maar toon mij een Romeinse paalschoen en ik zeg dat hij er gelegen heeft, wij houden hoop! Later werden er tientallen paalschoenen gevonden. Medewerkers van Rijkswaterstaat ook nauw bij het project betrokken, hadden het natuurlijk over hun brug in hun water.

  Op een goeie dag zit ik voor mij werk bij Rijkswaterstaat in een vergaderzaal zaken te bespreken, zie ik plotseling naast een kast in een hoek een paalschoen staan. De vergadering werd niks meer, ik moest steeds denken aan hoe die paalschoen nou daar in die hoek kwam te staan. Zouden ze weer aan het bergen geweest zijn te wij er even niet waren? De paalschoen was wel eens waar groter als die uit Cuijk maar had alle karakteristieken van een Romeinse paalschoen. Na de vergadering stapte ik naar een paar waterstaters en vroeg een beetje triomfantelijk: “zo jongens ook aan het vissen geweest in Cuijk?”. “Nee, die komt uit Nijmegen”, was het antwoord. Ik sloeg bijna achter over! Ik wist van stadsarcheoloog Jan Thijssen dat er in Nijmegen niets bekend was over Romeinse bruggen en paalschoenen!

Nijmegen, een Romeinse legioenstad, waar tallozen grote opgravingen plaatsvinden naar haar Romeinse verleden, weet niets over haar bruggen die er verscheidene moeten hebben gelegen. Men had nog geen enkele paalschoen gevonden. Wat bleek. Een medewerker van RWS die vroeger bij de dienstkring Nijmegen Waal had gewerkt en nu bij de dienstkring Nijmegen Maas, had genoeg van het opschepperige gepraat van zijn collega’s die betrokken waren geweest bij de brug van Cuijk en dat gezeur over paalschoenen. Hij bracht onder het motto,  “ik heb toch een grotere”, een paalschoen, gevonden in Nijmegen, mee naar zijn werk

Hij had deze enige jaren ervoor bij werkzaamheden langs de Waal in Nijmegen meegenomen. Rijkswaterstaat ging aan de Waalkade te Nijmegen een autosteiger voor schippers aan leggen. Daarvoor moest een nieuwe hoge damwand geslagen worden. Wat de aannemer ook probeerde hij kreeg de damwanden er niet in geheid. Besloten werd een smalle sleuf uit te graven om te kijken wat er zat. Opeenvolgend bleken er stenen, dikke houten horizontale balken met er onder houten palen te zitten. Dit werd alle maal verwijderd en elders gestort. Van een van die palen kwam deze paalschoen. De vinder stond de paalschoen af en is via de stadsarcheoloog in museum Kam te Nijmegen terecht gekomen. Volgens de stadsarcheoloog Jan Thijssen was de plaats waar de paalschoen gevonden een van de plaatsen waar men eventueel een brug verwacht zou hebben. 

 Onderzoek onder water ter plaatse in de Waal is overbodig. Over een breedte van 200 meter is in de jaren ’70 de rivierbodem geschoond en aangestort, tegen uitslijten, met een meters dikke laag zware stortsteen. Mogelijk brengt een onderzoek vanaf de tegenoverliggende oever ooit nog eens uitsluitsel.

WO2

Tijdens het Romeinse Maasbrugprojekt te Cuijk in de rivier de Maas in 1992  we­rd door een medewerker van de Werkgroep Onderwaterarcheologie Oostelijk Rivierengebied (WOOR) bij werk­zaamheden bij toeval een klein mesje gevonden.

Het werd gevonden in het midden van de rivier zo’n 40 tot 50 meter uit ­beide oevers. Er werd toen weinig aandacht gegeven aan deze vondst, het was immers zeker niet Romeins. Daarbij komt dat er in de Maas ter hoogte van de Cuijkse loswal ontzettend veel gevonden werd, vooral van nul en generlei waarde of uit de oorlog. Het mesje werd, omdat het toch wel “iets” had, in een losse vondsten bak gegooid om waarschijnlijk uiteindelijk toch weer in de vergetelheid te geraken of te worden ingeleverd bij de politie omdat dit soort mesje (vilmes) tegenwoordig vallen onder de Wet Wapens en Munitie en derhalve verboden zijn.

Het mesje was samengesteld uit verschillende “losse” onderdelen en provisorisch aan elkaar gezet. Te weten: een houten klosje (legergroen geverfd) voor in de handpalm, stukje ijzeren pen met daaraan gelast een tweezijdige punt van een dolk en de punt stak in een stuk legergroene schacht van bakeliet. Het mesje werd in de schacht vastgeklemd met een messing clipje. Het had ontegenzeggelijk iets militairs maar daar hadden wij al genoeg van uit de Maas.

       

  Toevallig kende een van de leden van de WOOR, iemand die al sinds jaar en dag militair materiaal verzameld uit de 2de WO en tevens deskundig was op dat gebied. Toevallig kwam op een dag in 1997 het mesje ter sprake. Gelet op de beschrijving wilde hij het graag zien. Na aanschouwing ging hij gelijk uit zijn dak!!!! Dit was een handgemaakt vechtmes van een bijzonder onderdeel van de 82ste All American (AA) Airborne Division, het 505de regiment of P.I.B.(Parachu­te Infantrie Batalion) en samengesteld uit het lemmet van een Amerikaans M3 mes en het schacht­gedeelte van een M8 bajonet en de clip van een patroonband van een mitrailleur; niet meer en niet minder !? Deze vechtmessen werden gebruikt voor man tegen man gevechten en voor het doorsnijden van parachutelijnen indien die tijdens een dropping in de war geraakten.

Dit regiment was in de 2de WO tijdens operatie Market Garden in de omgeving van Mook (aan de andere kant van de Maas bij Cuijk) gedropt. Dit gehele verhaal werd later bevestigd door een medewerker van het Bevrijdingsmuseum uit Groes­beek.

Deze gegevens waren natuurlijk zeer interessant. Hier lag voor ons een uitdaging om de historische gegevens te koppelen aan de “archeologische” gegevens. De hamvraag was hoe komt dat mesje daar op die plaats in de rivier. Voor zover bekend waren er geen parachutisten in de Maas geland, er was geen militaire actie daar geweest en de mogelijkheid dat iemand het er toen of later ingegooid had vanaf een oever (ongeveer 50 m.) was niet aannemelijk.

Een half jaar later, het mesje alweer bijna vergeten, waren we toevallig in het Cuijkse VVV kantoor bezig met de restauratie van een Romeinse steen. Toevallig viel mijn oog op een boekje “Bevrijd Cuijk onder vuur”, uit het aanbod van de VVV over Cuijk. Nieuwsgierig nam ik vluchtig het boekje door en stuitte op een fragment van een verslag, verteld door betrokken verzetsmensen, van 18 september 1944, ten tijde van operatie Market Garden. Hierin wordt beschreven hoe zij vanaf de Cuijkse kerktoren zagen dat twee boomlange Amerikaanse para’s aan de overkant van Cuijk verkenningen uitvoerden en vervolgens met een roeiboot van een daar aanwezige woonark de Maas overstaken naar Cuijk. Daar werden ze door hun opgevangen. Men nam een aantal Duitse soldaten gevangen, men voerde verkenningen en observaties uit en roeide later weer met enkele verzetsmensen terug naar de Mook­se kant, naar hun eigen onderdeel. In de uiterwaarden aan de Mook­se kant komen de twee Amerikanen plotseling onder vuur te liggen van een Duitse patrouille. Hals over kop rennen ze terug naar de oever waar de verzetsmensen juist weer aan de oversteek begonnen waren. Die keren om nemen de Amerikanen weer in de roeiboot en roeiden uit alle macht, onder vijandelijk vuur, weer terug naar de Cuijk­se kant. Later zijn ze via een omweg teruggekeerd naar hun onderdeel van het 505de regiment van de 82ste All American Airborne Division.

  Een van de auteurs van het boek die met de betrokken verzetsmensen gesproken had bevestigde, dat de plaats waar deze oversteek had plaatsgevonden geweest moet zijn ter hoogte van waar nu de resten van de Romeinse brug liggen. Het was tevens een chaotische overtocht geweest was waarbij de beide para’s veel uitrustingsstukken verloren hadden!

En zo kon het gebeuren dat bijna 50 jaar na dato, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een duiker, dit persoonlijke gevechtmes, toevallig op de bodem van de Maas terugvond.

Een van de twee parachutisten leeft nog steeds in de USA!  

 

 

 
  


   
 

 

.