![]() |
Mergor in
Mosam
|
| |
|
|
|
|
In 2005 werden aan de Maasoever bij “het gat van Alem” bij toeval de resten van houten planken die net boven het water uitstaken waargenomen . Een eerste verkenning leerde dat dit slechts het ”topje” van een nagenoeg compleet scheepswrak was.
Het doel van de vervolgverkenningen was om te achterhalen om welk type schip het gaat, waar zij voor gebruikt werd en mogelijk hoe zij aan haar einde is gekomen. Hiertoe werd het scheepswrak nauwkeurig opgemeten, werd de inhoud van het wrak onderzocht en werd een houtmonster genomen ten behoeve van de datering.
Resultaten De spiegel van het wrak was nog redelijk intact, terwijl de boeg nagenoeg ontbrak. Daardoor kon slechts de minimale lengte van 12.8m worden bepaald, met een maximale breedte van 4.4m . De scheepswand was aan de buitenzijde bedekt met ijzeren platen, waartussen resten van breeuwsel aangetroffen werden. In het ruim van het schip werden resten van verfblikken en fuikringen aangetroffen. Buiten het wrak werden nog een fornuis en een kookpot gevonden. Verder ontbrak ieder spoor van een lading.
Discussie en conclusies Het wrak is zeer waarschijnlijk per ongeluk gezonken, gezien het feit dat het nog bestaat en het hout niet hergebruikt of opgestookt is, en het feit dat nog een deel van de inventaris aanwezigheid was. De inventaris en het ontbreken van lading wijzen op het gebruik als vissersschip. De toepassing van beplating van de scheepswand met breeuw opvulling is, als maatregel tegen paalworm, typerend voor schepen die gebruikt werden in zout water. Op basis van de geschatte afmetingen van het schip, ligt zeewaardigheid niet erg voor de hand. Mogelijk werd het schip eerder gebruikt in de Zuiderzee of in Zeeuwse wateren. Het zou hier een Schokker kunnen betreffen, een type platbodem Botter dat veel door voornamelijk Schoklandse vissers gebruikt werd. Na de evacuatie van Schokland in 1859 en uiteindelijk de afsluiting van de Zuiderzee in 1932, werden schepen verkocht en kwamen vaak op de grote rivieren terecht. Het laatste schip van dit type werd rond 1900 gebouwd. De dendrochronologische datering van het scheepswrak geeft als vroegste bouwjaar 1860 aan, wat de identificatie als Schokker zeker niet uitsluit. Hoewel Botters en Schokkers nog geen eeuw geleden nog de meest gebruikte vissersschepen van de Zuiderzee waren, zijn nog slechts weinig intacte exemplaren bekend. Mogelijk is het wrak bij Alem een welkome ontdekking.
|