![]() |
Mergor in
Mosam
|
| |
|
|
|
|
Wijchen ligt aan de rand van het oostelijk rivierengebied. Dit is een gebied van stroom (gordel) afzettingen, verlandingsafzettingen, restgeulen, oeverafzettingen en komgronden. Deze afzettingen (zijn geologisch gezien) recent ontstaan, nl. in het Holoceen. Bij deze stroom (gordel) afzettingen en (oude) rivierlopen is het goed onderscheid te maken in een pre-Romeinse, een Romeinse en een post-Romeinse fase. Immers vooral in de eerste twee fasen hebben we hier te maken met een dynamisch rivierenlandschap met veel meanders, door rivieren gemaakte afsnijdingen, restgeulen, ondieptes en "eilanden". Opvallend is dat juist na de Romeinse fase minder veranderingen in de rivierlopen optreden. Tenslotte zijn de rivieren vanaf de 11e en 12e eeuw ook door de mens aan banden gelegd tussen dijken. We kennen de rivieren tegenwoordig als relatief smalle en diepe waterstromen, terwijl ooit juist sprake was van brede en ondiepe rivierlopen met veel zijtakken, ondieptes, enz. Het Wijchense meer was dus een onderdeel van de Maas en is nu een dode maasarm. In 1971 zijn door zandzuigwerkzaamheden vele oudheidkundige vondsten naar boven gebracht. Dit was een aanleiding voor het duikteam "De Kaaimannen" uit Nijmegen om een kijkje te gaan nemen op de bodem van het meer. Er werden grote restanten houten palen waargenomen die het zandzuigen hadden bemoeilijkt. Hier onder zien we een aantal oude foto's uit die tijd:
In 1978 is er bij het zandzuigen door de AWN veel materiaal, voornamelijk uit de Romeinse tijd verzameld waaronder dakpanfragmenten (afb.1), diverse gebruiksvoorwerpen en 150 (!) visnetverzwaringen (afb.2).
20 jaar later hebben duikers van de stichting Mergor in Mosam in het meer een tiental verkenningen uitgevoerd langs de oever aan de Meerdreef. Het doel was het terugvinden van de eerder gemelde houten palen. Hier is echter nog niets van teruggevonden, mede door een dikke laag slib in het midden van het meer. Tot nu toe is de oever van het meer verkend over een lengte van 150 meter. Dit gedeelte van het meer heeft een harde bodemlaag van kiezels. In en op deze laag zijn veel vondsten gedaan van Romeins bouwmateriaal: veel dakpanfragmenten (2e eeuw), tubulusfragmenten met hechtrillen, natuursteen, mortelresten en stukjes verwarmingsbuizen. Deze versterken het vermoeden omtrent het bestaan van een villa uit die tijd. Een vervolgonderzoek in het Meer zal zeker niet uitblijven nu is besloten dat ook op het kloosterterrein naast de Tienakker opgravingen zullen gaan plaatsvinden. Niet veel later is het Bureau Archeologie van de gemeente Nijmegen gestart met de aanleg van een aantal opgravingsputten aan de andere kant van de Meerdreef op de Tienakker. Hier zijn vele vondsten gedaan uit de Flavische tijd waaronder de fundering van een bijgebouw van een Romeins boerenbedrijf, een villa. De Tienakker blijkt de kern te zijn geweest in de ontwikkeling van Wijchen. Het is met een Romeinse villa op de oever van het Wijchense Meer begonnen. Na de 4e eeuw is het erf van de villa in gebruik genomen door Frankische kolonisten.
|